Erebia's
en nog meer blauwtjes
|
|
Amandeloogerebia
(Erebia alberganus)
(klik op foto) |
Icarusblauwtje
(Polyommatus icarus)
(klik op foto) |
Wandelen
in de bergen,
zoals de Alpen en de Pyreneeën en daar dagelijks iets aan mijn conditie
doen, dat zou eigenlijk een van mijn hobby’s moeten zijn. Maar ik ben
er niet geboren en ik kan er enkel in een vakantie van genieten en is het helaas
geen dagelijks terugkerende bezigheid. Zou iemand mij vragen, hou je van bergwandelingen,
dan is eigenlijk het enige goede antwoord: ik doe het wel eens!
Natuurlijk zijn er andere manieren om dikke kuiten te krijgen en kan ik elk
vrij weekend de Grebbeberg op en af gaan rennen. Er bestaat ook nog zoiets als
genieten en daarom is alles wat er tijdens een wandeling om je heen leeft, beweegt,
bloeit, groeit en van zich laat horen wellicht nog belangrijker dan het onderhouden
van je conditie. Bij blindelings en doof wandelen mis je een hoop.
In de Elzas
bestaat een wandelvereniging Les Club des Vosges die aan het wandelen nog iets
gunstigs toevoegen. De wandeling wordt daar afgesloten met bier. Het zijn vaak
stevige mannen met flinke snorren en buiken, kenmerkend voor de enthousiaste
bierdrinker, uitgerust met rugzak, hoedje en fraaie stok. Het is niet aan te
raden in de weg te lopen, want deze famatieke groep is niet te stoppen. Zingend,
stampend, bijna rennend komen ze, omgeven door stofwolken, voorbij in een onnavolgbaar
tempo. Kennelijk is hun enorme omvang geen belemmering en hebben ze altijd in
een berggebied gewoond en is ook het bierdrinken een goede volksgewoonte die
geen enkele invloed lijkt te hebben op de lichaamsconditie. Toch vind ik de
combinatie wandelen en een dikke buik niet de meest ideale en kan ik van bier
drinken hetzelfde zeggen als van wandelen in de bergen: ik doe het wel eens.
Zoals na een voldane dag tussen de hoge toppen ergens in het zuiden, die begon
met alleen maar stijgen, heftig protesterende kuiten, een rugzak met steeds
zwaarder wordende fotoapparatuur, voedsel en flesjes met vocht dat zich later
in dezelfde hoeveelheid in mijn tussen mijn rugzak en rug bevindt. En als dan
de top, een hut, een bergmeertje bereikt is of als het gewoon voor die dag ver
genoeg was, dan gaat de weg weer terug, steil naar beneden, net zo vermoeiend
en inspannend. Dat lijden weegt echter niet op tegen alles wat ik aan plantjes,
vogels, zoogdieren en insecten tegenkom. Hierdoor leg ik soms maar enkele kilometers
af en ben ik toch doodmoe na zo’n wandeling.

Noord.
manschildblauwtje (Plebeius
glandon)
(klik op foto)
Het
zijn vooral de blauwtjes die mij ophouden en afpeigeren. Hoewel de erebia's
er ook wat van kunnen. Die zijn vliegend en zittend op afstand nog moeilijker
te onderscheiden dan blauwtjes. Vandaar dat ik ze nog wel eens negeer als
er
een langs mij vliegt. Gaat een erebia zitten "zonnen", dan is natuurlijk
de verleiding groot om hem toch eens nauwkeurig te bekijken. Vliegende blauwtjes
maken mij altijd nieuwsgieriger, omdat ik ook wil weten of ik gelijk heb bij
het op naam brengen van de vlinder bij mijn eerste waarneming. Als genietende
vlinder-wandelaar kan ik blauwtjes niet zomaar voorbij lopen. Even op de knieën
om te kijken hoe de stipjes gerangschikt zijn op de onderkant van de dichtgeklapte
vleugeltjes.

Witstreepblauwtje
(Polyommatus damon)
(klik
op foto)
In
de bergen zijn blauwtjes vaak te vinden op plekken waar de grond vochtig is
bij beekjes en ondergelopen stukken. Bijna onzichtbaar door hun dichtgeklapte,
vaak grijsgetinte vleugels zitten ze op de grond en onstaat er een blauwe wolk
van vlindertjes als ze opgeschrikt worden: de droom van elke vlinderaar! Het
zijn altijd de vaak blauwgekleurde mannetjes, maar ook andere vlinders van het
mannelijke geslacht, die met het oog op succesvolle voortplantingsresultaten,
mineralen en zouten op dergelijke plaatsen opnemen.
diverse
blauwtjes (klik
op foto)
Zweet
is ook geliefd bij de mannen van de blauwtjes en de erebia’s, want het
gebeurt regelmatig dat ik bezoek krijg van één van die heren.
Ook dat zout zorgt blijkbaar voor een goede voortplanting. Vandaar dat er op
zo'n vochtige plek altijd blauw te zien is en nooit bruin, de kleur van de
bovenkant
van de vleugels van de meeste vrouwtjes.
Het leuke van zo'n goede stek in de bergen is, dat er wel vier tot vijf verschillende
soorten te zien zijn die meestal makkelijk te benaderen zijn en blijven lang
zitten.
In tegenstelling tot een blauwtje die ik op een bloem probeer te determineren
of te fotograferen. Meestal zijn ze dan alweer opgevlogen voordat ik op mijn
knieën zit en kunnen dan minuten lang, typerend voor blauwtjes, 'besluiteloos'
rondfladderen. Net of ze geen keuze kunnen maken uit dat grandioze aanbod van
bergbloemen met heerlijke nectar.
Er zijn meer van die onrustige vlinders, zoals de zilveren maan, alle witjes
en de erebia's natuurlijk.
Erebia's fotografeer ik pas als ze het toelaten en dan selecteer ik thuis de
beste opnamen. Daar ga ik dan op mijn gemak met een bataljon gidsen puzzelen
en mij verbazen over wat ik nou eigenlijk gezien heb.

Oostenrijkse erebia
(Erebia styx)
Bij
blauwtjes lukt het na jaren om op bepaalde details te letten, zoals het stippenpatroon
aan de onderkant van de vleugels en de al dan niet geblokte vleugelrand, waardoor
sommige blauwtjes direct in in een bepaalde groep gedeeld kan worden. Bij erebia’s
valt niet echt een goed onderbouwd ezelsbruggetjes te bedenken voor de kleur
of het ogenpatroon boven en onder de vleugels. Daar komt nog bij dat erebia’s
in zeer afwijkende vormen kunnen voorkomen in, bijvoorbeeld een geïsoleerd
bergdal. Daardoor zijn er erebiasoorten die maar een fractie verschillen
van de erebia die zich elders ontwikkeld hebben. Al met al valt het niet
mee om
alles op een rijtje te houden als je in berggebied op vlinders let, waarbij
de blauwtjes ook nog eens bruin gekleurd kunnen zijn als het vrouwtjes zijn.
Maar dan zijn er natuurlijk ook nog de bruine blauwtjes, waarvan beide sexen
bruin gekleurd zijn !
Om van al die details zeker te zijn sjok ik bergpoad op en af, als een fanatiekeling
achter de nog onduidelijke vlinder aan totdat hij gaat zitten op de plek, waar
ik was begonnen met sjokken. Het is vaak beter op een goede vlinderrijke plek
gewoon rustig te zitten en af te wachten wat er gebeuren gaat, dat levert meestal
meer vlinderkijkgenot op dan al dat gehol. Na zo'n vermoeiende bergwandeling
en het hoofd vol met tientallen stippenpatroontjes van de diverse blauwtjes,
die ik op mijn wandeling heb gezien, bekijk ik het inmiddels neergestreken juweeltje.
Het stippenpatroon op de gesloten vleugeltjes komt mij in eerste instantie helemaal
niet bekend voor en ik denk onmiddellijk met iets bijzonders te maken te hebben.
Snel fotograferen! Nectar zuigend wandelt het kleine vlindertje over de bloem,
daarom valt het scherpstellen en het beeldvullend krijgen van de fotocompositie
weer niet mee. Nauwelijks ademhalend druk ik op de ontspanknop. Ik voel de warmte
van de zon op mijn rug toenemen, omdat een wolk voorbij drijft. Tergend langzaam
opent het bijzondere blauwtje de vleugeltjes. Rood!
Rode vuurvlinder
(Lycaena hippothoe)
Een
rode vuurvlinder ! Helemaal niet aan gedacht. Vuurvlinders en blauwtjes
zijn
familie van elkaar en ik dacht met een apart blauwtje te maken te hebben!
Zelfs
een ‘expert’ vergist zich na een dag vol vlinders en een vermoeiende
wandeling.
Het wordt tijd voor dat biertje dat ik wel eens drink!

vlinder
verder >>


warthog
productions 2006-2012