"Mijn
veldje"

Eén
van de weinig oorspronkelijke gedragingen, die wij, mensen, nog hebben, is het
ons toe-eigenen van en het afbakenen van een gebied. We doen dat niet, zoals
de meeste dieren, met poep en pies; maar met palen, schuttingen, prikkeldraad
en grensovergangen. En waar dat niet mogelijk is, zoals bijvoorbeeld op het
strand dan graven we een diepe kuil. Met andere woorden, “dit is van mij!” Tot
hier en niet verder!”
Ik
betrap mijzelf er ook op dat ik gebieden, waar ik regelmatig wandel en interessante
planten, vlinders of andere dieren kan zien, als 'mijn eigen gebied' ben ga
beschouwen. Als kind deed ik dat al. Samen met andere
vriendjes claimde ik een bepaald deel van het schoolplein of van de
zandbak. Het grasveld was ‘ons voetbalveld' en daar mochten de jongens
en meisjes uit de andere straat eigenlijk niet komen.
Dat
we dat als kind al doen, geeft aan dat het bij het beestje hoort. En toch zijn
we een sociaal dier.
Maar
in 'ons' volgebouwde en overbevolkte land wordt het op sommige plekken moeilijk
om nog iets te delen en ben ik blij als ik op een wandeling niemand tegen kom.

(klik
op foto)
Het
is mij vooral vroeger vaker overkomen, dat ik dacht een uniek plekje te
hebben
gevonden met veel bloemen en verschillende soorten vlinders in het hoogseizoen
en dan bleek bij een veelvuldiger bezoek, dat er altijd mensen waren bij
wie
dat ook bekend was. Dat is op zich niet zo erg, het unieke gevoel dat ik dan
bij het bezoek aan zo’n gebied heb is dan verdwenen. Het plekje voor jezelf:
'mijn bos', 'mijn dijkje', ‘mijn strandje', 'mijn veldje', ze zijn erg moeilijk
te vinden. Het wordt nog erger als zo’n paradijsje, dat ik als 'het mijne'
beschouw, in de loop der tijd verandert. Zoals dat veldje dicht bij huis, waar
ik elk
voorjaar en zomer diverse soorten vlinders kon waarnemen, met dat gesloten
hek dat verhinderde dat iemand anders
er kon komen. Het prikkeldraad waar
ik geregeld mijn broek aan open haalde; de paardenvijgen waar ik altijd in stapte,
al die dingen waren plotseling verdwenen. Het vage pad, dat door de paarden
was 'aangelegd', was breder gemaakt en zelfs geasfalteerd. Bankjes met prullenbakken
staan er nu en elke dag worden er massa's honden uitgelaten en moet ik uitkijken
niet in iets te gaan staan wat niet in 'mijn veldje' thuishoort! Het is niet
meer het veldje dat 'van mij was' en ik zie ook steeds minder soorten vlinders
dartelen tussen de schaarser wordende bloemen.

(klik
op foto)
Toch
vind ik die veldjes-van-mij overal opnieuw. Meestal op vakanties in gebieden,
die nog, voor zolang het duurt,
onaangeroerd blijven. In de Provence moest ik er tien minuten voor lopen; in
de Pyreneeën lag het vlak naast de camping; in de Franse Alpen zat ik er midden
in en in Engeland bleek de oever van de beek de ideale plek te zijn. In Nederland
zijn ze, zoals gezegd, uiterst kwetsbaar en moeilijk te vinden.
Wilde
bloemen zijn zeldzaam en vlindersoorten zijn op een hand te tellen. En
als ik
denk er weer eens één ontdekt te hebben dan blijkt iemand mij alweer voor te
zijn geweest en heeft het met een slagboom afgesloten. Ernaast staat een paal
met een bordje "Verboden voor onbevoegden: Natuurgebied".

vlinder
verder >>


warthog
productions 2006-2012