Zodra de zon zich een beetje laat zien
en de temperatuur weer wat gaat oplopen is het altijd de moeite waard om even
een middagje, op het warmste moment van een vroege voorjaarsdag, op zoek te gaan
naar de eerste vlinders. Is de winter in het nieuwe jaar mild en is het een mooie
zonnige dag, dan kan het zelfs gebeuren dat de Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni) zich al laat zien met zijn prachtige groengele
kleur.
Het verbaast mij telkens weer dat juist
deze licht gekleurde vlinder al bij vrij lage temperaturen zijn vleugels strekt.
Het zijn namelijk in de regel de donker gekleurde vlinders die bij weinig zon
en warmte vliegen, zoals bijvoorbeeld het donkergekleurde Bonte zandoogje (Pararge aegeria). Deze actieve vlinder houdt natuurlijk net zoals
alle vlinders van zonnewarmte, maar ze vliegen vooral in de wat koudere, schaduwrijke
gedeelten van onze bossen. De in de bergen voorkomende, bruine, soms bijna zwarte
Erebia's, ook familie van de zandoogjes, zie je zelfs vliegen op koude en bewolkte
dagen.
Kleine vos
(Aglais
urticae)
(klik op foto)
Maar het zijn niet alleen de zandoogjes
die op frisse dagen de vleugels strekken. In de veelal donkergetinte Schoenlappersfamilie zijn de Atalanta (Vanessa atalanta) en de Kleine vos (Aglais urticae) ook bij vrij lage temperaturen al te zien. Door de
donkere tinten van deze vlinders wordt er al gauw veel zonnewarmte opgenomen en
kunnen dat goed vasthouden om zodoende genoeg energie te hebben om ook bij wat
koudere temperaturen rond te fladderen. Vreemd genoeg doet de licht gekleurde
Citroenvlinder uit de familie van de Witjes (Pieridae)
dat als beste. Waarom is hij dan zo licht gekleurd?
Gehakkelde
aurelia (Polygonia c-album)
(klik op foto)
Een goeie vraag. Waarschijnlijk heeft niet
alleen de kleur maar ook de grootte van de vleugels invloed op het vasthouden
van de warmte. Het exacte antwoord hierop weten we niet en aangezien wij nog steeds
niet in de huid van een vlinder kunnen kruipen is het mogelijk dat nog een heel
andere factor een rol speelt bij het al dan niet kunnen vliegen op een frisse
dag. Wellicht
houdt de Citroenvlinder gewoon simpelweg niet van een erg hete dag. Want midden
in de zomer, wanneer we hier onze warmste dagen hebben, dan houdt het Citroentje
zich meestal gedeisd. Een soort siësta
eigenlijk. Heel verstandig als je al zo vroeg in het jaar actief bent.
Maar het is niet alleen de Citroenvlinder die mij elk nieuw seizoen boeit bij
zijn eerste vluchten. Er is nog een
andere, veel in Nederland voorkomende en kleurrijke vlinder, die je soms zelfs
op een zonnige winterdag tegen de ruiten van een schuur of zolder kan zien fladderen,
omdat de zonnewarmte achter het glas aanvoelt alsof de lente al begonnen is. De
vlinder overwintert namelijk als vlinder en zoekt dan een beschutte plek om de
winter door te komen en dat kan zelfs ergens bij u in huis zijn.
De vlinder laat zich buiten in ons frisse klimaat pas echt
goed zien op een zonnige mooie dag in april of, als het mee zit, in maart. Ik
heb het over de Dagpauwoog (Inachis io),
een van de grote, kleurrijke dagvlinders, waarmee het in ons verstedelijkte land
nou eens wel goed gaat. Tenminste, zo ziet het er tot nu toe naar uit. Samen met
de Kleine vos kun je hem overal vinden. In bossen, tuinen en parken en...zoals
ik al opmerkte zelfs in schuren en zolders. Ikzelf heb ze daar nooit gevonden,
maar dat is ook erg moeilijk als je geen zolder hebt. Ook hoog in de bergen heb
ik ze zelden of nooit gezien. Daar hebben ze in principe ook niks te zoeken, want
brandnetel, de waardplant van de Dagpauwoog is nou niet bepaald een veel voorkomende
bergplant. Vreemd genoeg is de Kleine vos, die dezelfde waardplant heeft, daar
weer wel regelmatig te vinden. Maar de Kleine vos staat dan ook bekend om zijn
zwerversbestaan. Ook neemt hij het niet zo nauw met de kou, want de Kleine vos
vliegt nog vaak tot ver in oktober in ons land. De Dagpauwoog houdt
daarentegen van lekkere warmte en zoekt al in september naar een gunstig plekje
om de winter door te komen. Dat kan een boomholte zijn of ergens tussen het kreupelhout.
Maar uw rommelige schuur of zolder is vaak nog aangenamer om de winter door te
komen. En zelfs in mijn flat probeerde een Dagpauwoog een ideaal rustoordje te
vinden voor de winter. In het begin van het jaar zie ik de Dagpauwoog
eigenlijk pas op die eerste échte warme, zonnige dag in april. Dan weet ik zeker
dat ik een paar fraaie, uitgeslapen exemplaren kan verwachten. Want besef wel
dat het die vlinders zijn die de vorige zomer al vlogen en onze natte of extreem
koude winter ergens slapend of in elk geval weinig actief hebben overleefd en
nu uitvliegen om een partner te zoeken en te zorgen voor een nieuwe generatie
schoonheden voor de lente en de zomer.

Dagpauwoog (Inachis io)
Als april dan zo’n mooie dag in petto heeft
bezoek ik een klein natuurgebiedje waar ik meestal ook de eerste Oranjetipjes
(Anthocharis cardamines) ga zoeken. Een snel opgewarmd zandpad trekt daar
de eerste zonnende Dagpauwogen aan. Bijna elk jaar ziet de ‘eerste’ Dagpauwoog
mij echter eerder dan ik hem. Mijn lange schaduw en dreunende 90 kilo zijn natuurlijk
snel waar te nemen voor zo’n geschubde vriend.
Hij of zij, hoeft in het voorjaar ook nergens anders op gericht te zijn dan
op vijanden en/of een leuke partner, want nectar is
nog nauwelijks te vinden. Nou ben ik best wel een leuke partner, maar voor
de Dagpauwoog blijf ik, ondanks mijn goede bedoelingen, toch altijd een vijand.
De eerste ontmoeting is dan ook altijd een vliegende-en-nooit-zittende-Dagpauwoog.
Elk jaar ben ik opnieuw gefascineerd door de prachtige, blauwe, soms bijna paarse
"ogen" en de diep rode vleugels. Gelukkig gaat het met één van onze
mooiste vlinders goed en kan ik het hele vlinderseizoen van de Dagpauwoog genieten.

vlinder verder
>>


warthog
productions 2006-2012